Waarom heeft Leeuwarden half gemaaide bermen?

Door heel Leeuwarden staan half gemaaide bermen. Slordig, of met een reden? „Do stjoerst de natuer net, de natuer stjoert dy.”

Wilde peen, kaardenbol, teunisbloem. De knoppen naast een buitenweg ergens onder Hilaard reiken vol moed de lucht in. Achter de kleurrijke strook torent het riet met een meter boven ze uit.

Dat moet je in de gaten houden, vertelt Coen van Slooten. Hij is toezichthouder ecologisch maaien bij de gemeente Leeuwarden. Samen met twee collega’s rijdt hij langs verschillende bermen in en rondom Leeuwarden.

Maaien is natuurbeheer

Riet, net zoals gras, verspreidt zich razendsnel en verdrukt zonder moeite de bloemen. Dat is een probleem: bloemen zijn nodig voor insecten, insecten zijn belangrijk voor vogels en bestuiving.

Of een bloem opkomt, verdringt, bloeit of nooit meer zijn kopje boven de grond laat zien, heeft alles te maken met maaien. Het is niet slechts het halveren van groen. Het bepaalt ook welke planten daarna de kans krijgen om te groeien. Waar, wanneer en hoeveel: maaien ís natuurbeheer.

Variatie

Moeten riet en gras dan helemaal weg om ruimte te maken voor de bloemen? Nee, dat is ook niet de bedoeling. „Yn reid kinne einen wer ferstopje”, vertelt Maaike Hooghiemstra, beleidsadviseur duurzaamheid en biodiversiteit. Het gaat allemaal om variatie van de begroeiing. Zo maak je een huis voor verschillende dieren.

Hoe zorg je voor die diversiteit? Nooit meer maaien gaat niet werken. Het riet en gras houden dan geen ruimte over voor de bloemen.

Toch maaien voor bloemen

De oplossing: gefaseerd maaien. „Hjir.” Van Slooten kijkt naar een gemaaide berm, onderbroken door hier en daar vierkante stukken waar de – veelal gele – bloemen nog hoog in de lucht bloeien. Bij gefaseerd maaien blijft telkens een deel van de berm staan. Zo hebben insecten altijd voedsel en schuilplekken.

Zonder nadenken alles wegmaaien, is dus niet meer van deze tijd. Soms staan er tussen het riet of gras mooie bloemen. Het is wikken en wegen wat de maaier overleeft.

Het gaat niet altijd zoals gepland. „Is dat ús berm?” Jan Lautenbach, groenbeheerder, rijdt fronsend langs een gemillimeterde berm. Van Slooten knikt. Waarschijnlijk heeft een iemand het heft in eigen handen genomen en de bloemen zelf een kopje kleiner gemaakt. „Hm.”

Een gouden combinatie

Een icarusblauwtje fladdert de weg over op het industrieterrein de Zwette in Leeuwarden. De vlinder ontwijkt de pluisjes van de populier die door de lucht heen waaien. „Hjir is ek fasearre meand.” Lautenbach wijst naar een bloeiende guldenroeden. Twee hommels vliegen onverstoord langs de kleine knopjes.

Van Slooten bukt naar voren. „Dit”, hij tikt tegen een kleinere plant aan, „is deselde blom.” Omdat dit deel in het voorjaar gemaaid is, gaat deze later bloeien. „Se hawwe in oerlibbingsdrang. No stiet de berm langer yn bloei.”

Wat de beste bloemencombinatie is voor een langdurige bloeiende berm? „By margriten en wjirmkrûd bloeit de berm twa kear”, vertelt Van Slooten vol trots. De margrieten bloeien in het voorjaar, dan wordt er gemaaid, en in de zomer komt het boerenwormkruid omhoog.

Is het genoeg?

Zachtjes klinken de krekels tussen het hoge groen. Juist hier, op een industrieterrein, is groen nodig. Maar is het genoeg? „It bliuwt in lint”, geeft Lautenbach toe, „Mar it ferbynt plakken mei-inoar.” Insecten kunnen van A naar B vliegen zonder compleet uitgeput te raken.

„De leefomjouwing fan in soad ynsekten is ek net altyd grut”, vult Hooghiemstra hem aan. Zo’n strook kan dan genoeg zijn om in te leven. Maar het is niet genoeg voor het gehele herstel van de insectenpopulaties. Daar is meer groen voor nodig.

Natuur doet zijn eigen ding

Wat je ook zaait, het blijft afwachten wat er naar boven komt. Het ligt erg aan het weer, maar ook aan de grond. De voedingsrijke klei die in Friesland domineert bevat veel verschillende zaden. Dan kan er ineens iets omhoog komen wat je niet had verwacht.

Wat dan? Duizendblad is dit jaar veel te zien, benoemt Lautenbach. Dat kan goed tegen de droogte. „Wylde peen stekt ek oeral boppe-út.”

Het is uiteindelijk het recht van de sterkste, maar door het maaien krijgen ook andere planten een kans. De natuur helemaal naar eigen hand zetten, is niet het doel. Kijken wat er opkomt, daarop reageren. Lautenbach: „Do stjoerst de natuer net, de natuer stjoert dy.”