Waarom we niet zomaar overal bomen planten

De afgelopen tijd was er veel aandacht voor de grote bomenaanplant in de gemeente Leeuwarden. Hierbij kregen we veel vragen van inwoners. Dat begrijpen we heel goed! Een boom planten lijkt eenvoudig, maar in de praktijk komt er verrassend veel bij kijken.

Met dit artikel geven we een kijkje achter de schermen. Zo wordt duidelijk waarom we niet overal bomen kunnen planten en waarom we soms kiezen voor een andere plek of een kleinere soort.

Wat heeft een boom nodig om gezond te groeien?

Een boom heeft meer nodig dan je misschien denkt. Om gezond te groeien heeft een boom licht, zuurstof, water, voeding en vooral veel ruimte nodig – zowel boven als onder de grond. De ideale plek is een groen vak met andere planten, waar de bodem leeft en water goed kan wegzakken. In een stad is zo’n perfecte plek zeldzaam. Daarom moeten we soms slimme oplossingen bedenken.

Eerst kijken we boven de grond

Voordat er ook maar één schop de grond in gaat, bekijken we de plek boven de grond. Ligt er bestrating, gras of beplanting? Wordt de ruimte gebruikt om te parkeren of te spelen? Hoe zit het met zon, schaduw en wind ? We kijken ook of zonlicht weerkaatst via gebouwen of tegels, of er genoeg ruimte is voor de boomkroon en of er speeltoestellen of veiligheidszones zijn waar we rekening mee moeten houden.
Daarnaast luisteren we naar wensen en signalen uit de wijk of het dorp. Bewoners weten tenslotte als geen ander wat er speelt in hun straat.

Daarna duiken we de bodem in

Minstens zo belangrijk is wat er onder de grond gebeurt. Wortels hebben ruimte en zuurstof nodig. Daarom controleren we waar kabels en leidingen liggen. Dat zijn er in bebouwde wijken en dorpen behoorlijk veel! Op die plekken kunnen we meestal geen bomen planten. In de loop der jaren is de ondergrond in veel straten drukker geworden. Er zijn meer kabels en leidingen bijgekomen en de bodem is vaker opengebroken. Daardoor is er minder ruimte voor wortels dan vroeger.

Ook kijken we naar het grondwater. Waar grondwater staat, ontbreekt zuurstof en zonder zuurstof kunnen wortels niet groeien. Door te rekenen met lengte, breedte en diepte bepalen we hoeveel groeiruimte er beschikbaar is. Pas als die ruimte groot genoeg is, heeft een boom kans om uit te groeien tot een sterke, gezonde boom.

Welk probleem kan de boom helpen oplossen?

Bomen zijn niet alleen mooi. Ze helpen ons ook om de stad leefbaar te houden. Op hete plekken kiezen we bijvoorbeeld bomen met een grote kroon voor extra schaduw en verkoeling. In natte gebieden planten we soorten die goed tegen water kunnen en zelfs helpen bij de opvang ervan.

In de Leeuwarder Ecologische Structuur kiezen we juist inheemse soorten die vogels, insecten en andere dieren ondersteunen. Zo draagt elke boom bij aan een groter geheel.

Kaartje met hittestress bij de Waag, voor het groene perkje was aangelegd.

Hoe groot kan de boom worden?

Hoe groter een boom wordt, hoe meer voordelen hij biedt. Grote bomen zorgen voor meer verkoeling, meer biodiversiteit, betere opvang van regenwater en filtering van schadelijke stoffen. Maar ze hebben ook meer ruimte nodig. Is die ruimte er niet, dan verzwakt de boom, wordt hij ziek en sterft hij uiteindelijk af.

Daarom delen we bomen in drie groottes:
– 1e grootte: hoger dan 15 meter
– 2e grootte: 8 tot 15 meter
– 3e grootte: lager dan 8 meter

In een druk bebouwde omgeving is het vaak moeilijk om bomen van de eerste grootte oud te laten worden.

Welke boom past op deze plek?

De gemeente werkt met een speciaal programma. Daarmee berekenen we precies hoeveel ruimte een boom nodig heeft. Het type ondergrond, zoals gras, beplanting of bestrating, bepaalt ook hoeveel ruimte een boom nodig heeft om goed te kunnen groeien. Zo heeft een eik van de eerste grootte in gras ongeveer 21 m³ groeiruimte nodig: een plek van circa 5,2 bij 5,2 meter en 80 cm diep, zonder kabels en leidingen.

Is die ruimte er niet, dan kiezen we liever een kleinere boom of een soort die met minder ruimte toe kan. We laten een boom namelijk liever niet groeien in slechte omstandigheden.

Het is soms best een puzzel

In gras of beplanting groeien bomen het best. Maar veel plekken in de stad zijn verhard, zoals stoepen en parkeerplaatsen. Een boom zomaar in zand en puin planten werkt niet. De grond bevat weinig zuurstof, water zakt slecht weg en wortels krijgen te weinig ruimte om te groeien. Ook is de bodem op veel plekken verdicht door verkeer en intensief gebruik van de openbare ruimte. Daardoor verslechteren de groeiomstandigheden en kan een boom na enkele jaren al afsterven.

Daarom gebruiken we speciale oplossingen, zoals granulaat (een lava-achtig gesteente met voeding) of ondergrondse groeiplaatsen met goede grond en een stevige constructie. Zo krijgt de boom toch een gezonde basis, terwijl de bestrating stevig blijft liggen.

Een boom in granulaat heeft veel meer ruimte nodig dan in volle grond. Waar in volle grond ongeveer 21 m³ nodig is, kan dat in bestrating oplopen tot zo’n 49 m³. Dat betekent een plek van ongeveer 7 bij 7 meter zonder kabels en leidingen. In smalle straten is dat vaak simpelweg niet haalbaar.

Waarom we soms geen boom planten

We willen bomen die gezond oud worden en echt bijdragen aan een fijne leefomgeving. Als een plek niet geschikt is, kiezen we liever voor een andere locatie of een kleinere boom. Zo voorkomen we dat bomen voortijdig afsterven.

Er stond toch altijd een boom?

Ons uitgangspunt is dat we een boom terugplanten waar er één wordt weggehaald. Toch lukt dat niet altijd op dezelfde plek. Bomen die 30 of 40 jaar geleden zijn geplant, groeiden vaak onder andere omstandigheden. Er was minder verkeer, minder verharding en minder kabels en leidingen in de grond.
Als we nu zien dat een nieuwe boom op dezelfde plek weinig groeiruimte heeft en waarschijnlijk snel achteruitgaat, kiezen we liever voor een andere plek of een kleinere soort. Zo zorgen we dat nieuwe bomen wél gezond oud kunnen worden.